Conseil d'Etat de Belgique 14 novembre 2018

Integrale tekst 242942 anonyme - 46,6K (pdf-document, wordt in een nieuw tabblad geopend)
Titel van het perscommuniqué / de samenvatting -
Nummer van het perscommuniqué / de samenvatting -
Integrale tekst van het perscommuniqué -
ECLI-nummer -
ELI-nummer -
Oorspronkelijke taal van de beslissing néerlandais
Datum van het document 14/11/2018
Rechterlijke instantie die de auteur is Conseil d'État (BE)
Materie -
Materie volgens Eurovoc
  • intensieve fokkerij
  • ruimtelijke ordening
  • invloed op het milieu
  • voorschriften voor de stedenbouw
Bepaling van nationaal recht -
Aangehaalde bepaling van Unierecht
Bepaling van internationaal recht -
Beschrijving

De omstandigheid dat in bijlage I van MER-richtlijn 2011/92/EU enkel installaties voor intensieve “pluimvee- of varkenshouderij” worden vermeld, impliceert niet dat de “intensieve veeteeltbedrijven (voor zover niet in bijlage I opgenomen)” van bijlage II enkel pluimvee of varkens kunnen betreffen. De Vlaamse regering noemt in bijlage II van haar project-MER-besluit ook “ander gevogelte dan legkippen”, “mestkalveren” en “struisvogels en struisvogelachtigen” en heeft derhalve uit de verdere specificatie naar aantallen mesthoenders, hennen, mestvarkens en zeugen in bijlage I van de MER-richtlijn 2011/92/EU, niet afgeleid dat bijlage II enkel diezelfde dieren in kleinere aantallen kon viseren. Uit de tekst van het project-MER-besluit, alsook uit de opzet van de MER-richtlijn 2011/92/EU en de in bijlage III van deze richtlijn opgenomen selectiecriteria die de lidstaten dienen te hanteren bij het bepalen van de eventuele MER-plicht voor de projecten van bijlage II van deze richtlijn, kan niet worden afgeleid dat intensieve veeteeltbedrijven waar enkel andere runderen dan mestkalveren worden gehouden in alle omstandigheden en ongeacht de aantallen zouden zijn vrijgesteld van een project-MER of een project-MER-screeningsnota.